ECLI:NL:RVS:2002:AF0662
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft bij besluit van 14 juli 2002 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing niet-ontvankelijk en was onbevoegd ten aanzien van een ambtshalve weigering van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking “verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling”.
Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard voor zover het gericht was tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, omdat dit besluit wel degelijk in geschil was. De rechtbank had daardoor een beslissing genomen op een beroep dat niet bij haar was ingesteld, wat in strijd is met artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad van State vernietigde daarom het deel van de uitspraak waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard en bevestigde de rest van de uitspraak. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 9 oktober 2002.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het deel van de uitspraak waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wordt vernietigd.