ECLI:NL:RVS:2002:AF0264
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vrijstelling ontgraving Oosterwierummeropvaart wegens onjuiste toepassing bestemmingsplan
Appellanten maakten bezwaar tegen een besluit van burgemeester en wethouders van Littenseradiel dat vrijstelling verleende voor het ontgraven en aanleggen van een gedeelte van de Oosterwierummeropvaart te Easterwierum. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad oordeelde dat de werkzaamheden niet onder een bouwvergunning vielen en dat het bestemmingsplan 'Oosterwierum' geen gebruiksvoorschriften bevat die de werkzaamheden verbieden. Hierdoor was de verleende vrijstelling op grond van artikel 19 WRO Pro niet vereist en had burgemeester en wethouders deze ten onrechte verleend.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en herroept het primaire besluit. Tevens veroordeelde de Raad burgemeester en wethouders tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot vrijstelling voor ontgraving wordt vernietigd en het beroep van appellanten wordt gegrond verklaard.