ECLI:NL:RVS:2002:AF0255
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- M.E.E. Wolff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming schade Westerwolds graszaad na extreme regenval 1998
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun verzoek om een tegemoetkoming voor schade aan Westerwolds graszaad op grond van de Regeling tegemoetkoming schade bij tweede extreem zware regenval 1998. De Staatssecretaris had de tegemoetkoming voor pootaardappelen toegekend, maar voor het graszaad geweigerd omdat het gewas volgens deskundigen al vóór de regenval verloren was gegaan.
De rechtbank onderschreef het standpunt van de Staatssecretaris en hechtte meer waarde aan het onafhankelijke advies van ir. [naam] van het Praktijkonderzoek Plant & Omgeving dan aan het advies van Van Dijke Semo, leverancier van het graszaad, vanwege mogelijke partijdigheid. De rechtbank concludeerde dat geen causaal verband bestond tussen de regenval op 27 en 28 oktober 1998 en de verminderde opbrengst.
De Raad van State bevestigt deze beoordeling en oordeelt dat appellanten het onafhankelijke advies niet met concrete gegevens hebben weerlegd. De brief van Van Dijke Semo geeft onvoldoende bewijs dat de oogst door de regenval is verhinderd. Daarom is het hoger beroep ongegrond en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 13 november 2002.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming voor schade aan Westerwolds graszaad wordt bevestigd.