ECLI:NL:RVS:2002:AE9878
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang na vervallen aanwijzingsbesluit Wvg
BV Hoedekoele heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de gemeenteraad van Den Haag waarin percelen waren aangewezen als gronden waarop de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) van toepassing is. De rechtbank had dit beroep ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onderzocht of het beroep ontvankelijk was.
Tijdens de zitting bleek dat het aanwijzingsbesluit van 13 april 2000 inmiddels was vervallen per 13 april 2002, waardoor het procesbelang van het hoger beroep is komen te vervallen. Appellante stelde dat het hoger beroep nog van belang was vanwege mogelijke toekomstige aanwijzingen en proceskostenvergoeding, maar deze gronden werden verworpen.
De Afdeling oordeelde dat er geen rechtens te beschermen belang meer bestond bij de inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep en dat ook geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. Wel werd het betaalde griffierecht aan appellante terugbetaald. Het hoger beroep werd derhalve niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een procesbelang na het vervallen van het aanwijzingsbesluit.