ECLI:NL:RVS:2002:AE9004
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- R.P. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit intrekking monumentenvergunning Den Haag
Bij besluit van 8 februari 2000 verleenden burgemeester en wethouders van Den Haag een monumentenvergunning voor wijziging van panden. Later werd dit besluit ingetrokken en opnieuw vergunning verleend, waarbij het bezwaar van appellant grotendeels ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het bestreden besluit en oordeelde dat het bezwaar tegen de van rechtswege verleende vergunning niet-ontvankelijk was.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat zijn bezwaar onontvankelijk was, omdat hij door een brief van de gemeente over de aanhouding van de aanvraag niet tijdig kon reageren. De Raad van State oordeelde dat de vergunning op grond van de Monumentenverordening Den Haag van rechtswege was verleend na het verstrijken van de beslistermijn zonder verlenging.
De publicatie van de aanvraag in de Stadskrant bood appellant de mogelijkheid om tijdig bezwaar te maken. Door niet te reageren, heeft appellant deze kans gemist. De brief over aanhouding van de aanvraag kon niet tot een ander oordeel leiden omdat deze niet eerder was ingediend. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.