ECLI:NL:RVS:2002:AE8993
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- P.A. Offers
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding op grond van artikel 49 WRO bevestigd
De zaak betreft een verzoek om schadevergoeding ingevolge artikel 49 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) door een belanghebbende tegen de gemeente Rotterdam. De gemeente had een vrijstelling verleend voor de bouw van de Pathébioscoop op het Schouwburgplein, gebaseerd op een wederopbouwplan dat volgens de gemeente sinds 1 oktober 1992 niet langer de status van bestemmingsplan had. De gemeente wees het verzoek om schadevergoeding af omdat de vrijstelling achteraf als non-existent moest worden beschouwd.
De rechtbank stelde echter dat voor de beoordeling van het verzoek alleen van belang is of het vrijstellingsbesluit ten tijde van de beslissing rechtens onaantastbaar was. Aangezien dit het geval was, oordeelde de rechtbank dat de gemeente in strijd met artikel 49 WRO Pro een inhoudelijke beoordeling van het verzoek had achterwege gelaten en gaf de rechtbank opdracht tot hernieuwde beoordeling.
De gemeente stelde zich op het standpunt dat de rechtbank buiten haar bevoegdheid was getreden en dat de wetswijziging van 1992 niet ongedaan kon worden gemaakt. De Raad van State oordeelde dat het niet relevant is of de vrijstelling rechtmatig tot stand is gekomen, maar dat de onaantastbaarheid van het besluit doorslaggevend is. De Raad bevestigde dat de rechtbank niet buiten haar bevoegdheden was getreden en dat de planologische vergelijking moet plaatsvinden tussen het regime op basis van de bouwverordening voor de vrijstelling en het regime na de vrijstelling.
Het hoger beroep van de gemeente Rotterdam werd ongegrond verklaard en de gemeente werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de verzoeker.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente Rotterdam wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 49 WRO wordt bevestigd.