ECLI:NL:RVS:2002:AE8982
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Kosto
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vergunning ontgronden voor egalisatiewerken landbouwgrond
Verweerders verleenden op 16 januari 2002 een vergunning onder de Ontgrondingenwet voor het egaliseren van landbouwgrond, waarbij een sloot werd gedempt. Appellant, eigenaar van aangrenzende grond, stelde dat de vergunning ten onrechte was verleend omdat zijn landbouwkundige belangen door vernatting zouden worden geschaad en dat de vergunning onvoldoende waarborgen bevatte.
De Raad van State overwoog dat de egalisatiewerken het landbouwkundig belang van de vergunninghouder dienden, zoals blijkt uit het deskundigenbericht. De schade aan appellant zou voortkomen uit de slootdemping, waarvoor een aparte ontheffing was verleend met voorschriften voor afwatering, en niet uit de ontgrondingswerkzaamheden zelf.
De Afdeling vond geen reden om het besluit van verweerders te vernietigen of aanvullende voorwaarden te stellen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor egalisatiewerken is ongegrond verklaard.