ECLI:NL:RVS:2002:AE8505
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep inzake vordering gebruiksrecht panden wegens bodemverontreiniging
Appellanten, burgemeester en wethouders van Den Haag, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer dat hun verzoek tot het vorderen van het gebruiksrecht van panden op de Steijnlaan 33 en Uitenhagestraat 65 en 67 te Den Haag afwees. Dit verzoek was gebaseerd op artikel 50 van Pro de Wet bodembescherming vanwege ernstige bodemverontreiniging onder deze panden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft vastgesteld dat er sprake is van ernstige bodemverontreiniging en dat de gemeente Den Haag als openbaar lichaam gelijkgesteld wordt aan een provincie voor toepassing van artikel 50. Tijdens de zitting is gebleken dat appellanten inmiddels beschikken over een executoriale titel tot ontruiming van de panden, waardoor zij reeds het beoogde resultaat van hun beroep hebben bereikt.
Gezien het ontbreken van een actueel processueel belang verklaart de Afdeling het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan op 9 oktober 2002 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan processueel belang.