ECLI:NL:RVS:2002:AE8503
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- B. van Wagtendonk
- E.A. Alkema
- Rechtspraak.nl
Beslissing burgemeester om gemeenteraadslid het woord te ontnemen is feitelijke ordebeslissing
In deze zaak heeft de burgemeester van Brunssum op 24 februari 1999 tijdens een raadsvergadering op grond van artikel 23, tweede lid, van het Reglement van Orde het woord ontnomen aan appellant, een gemeenteraadslid. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing en tegen het niet op schrift stellen ervan, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De kern van het geschil was of de beslissing van de burgemeester om het woord te ontnemen kwalificeert als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad van State oordeelde dat het ontnemen van het woord tijdens een vergadering een feitelijke ordebeslissing betreft die niet is gericht op rechtsgevolg en daarom niet als een besluit in de zin van de Awb kan worden aangemerkt. De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontnemen van het woord is geen bestuursrechtelijk besluit.