ECLI:NL:RVS:2002:AE8468
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.U. Kallan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens schending procedurele termijnen
Appellanten hebben bij besluiten van 26 januari 2002 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door de staatssecretaris werden afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris de aanvragen niet binnen de vereiste 48 proces-uren heeft afgewezen, hetgeen een schending vormt van artikel 3.111, eerste lid, en artikel 3.115, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000. Hierdoor zijn de besluiten en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Hoewel de staatssecretaris zich terecht op het standpunt stelde dat appellanten niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, is de procedurele schending doorslaggevend. De Raad van State bepaalt dat de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten geheel in stand blijven en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van proceskosten aan appellanten.
De uitspraak is gedaan in het openbaar op 28 mei 2002 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De besluiten van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel zijn vernietigd wegens schending van de 48-uurstermijn, met behoud van rechtsgevolgen.