ECLI:NL:RVS:2002:AE8410
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken nieuwe feiten bij asielaanvraag
Appellanten hebben herhaalde aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris zijn afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 een aanvraag kan worden afgewezen indien geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden worden aangevoerd die een verblijfsvergunning rechtvaardigen. De appellanten voerden aan dat de geboorte van hun dochter een nieuw feit was, omdat zij vrezen dat zij bij terugkeer besneden zal worden.
De Raad oordeelde dat dit geen nieuw feit betreft maar een verwijzing naar de algemene situatie in het land van herkomst, en dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn aangevoerd die een reëel risico aannemelijk maken. Daarom is de afwijzing terecht en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 5 augustus 2002.
Uitkomst: De afwijzing van de herhaalde aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.