ECLI:NL:RVS:2002:AE8272
Raad van State
- Hoger beroep
- C.A. Terwee-van Hilten
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit en uitspraak inzake niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding
Appellante, V.I.C. Inpakcentrale B.V., werd door burgemeester en wethouders van Boekel verplicht het gebruik van een agrarische bedrijfsruimte als inpakruimte te staken, met oplegging van een dwangsom. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd door burgemeester en wethouders niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De president van de arrondissementsrechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat het bezwaar tijdig was ingediend conform artikel 6:9 Awb Pro, omdat het bezwaar op de laatste dag van de termijn aan een koeriersbedrijf was meegegeven en binnen een week na afloop van de termijn bij de gemeente was ontvangen.
De Raad van State oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat het bezwaar tijdig ter post was bezorgd, mede omdat de koeriersdienst geen concrete registratie bijhield en getuigen slechts algemene verklaringen gaven. Daarom was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk. Wel was het onjuist dat de president zonder nader onderzoek had afgezien van het horen van appellante, omdat er twijfel bestond over de termijnoverschrijding.
De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de president en het besluit van burgemeester en wethouders, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Tevens werden de proceskosten aan burgemeester en wethouders opgelegd en werd het griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: De uitspraak en het besluit over niet-ontvankelijkheid van het bezwaar werden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand.