ECLI:NL:RVS:2002:AE8270
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.K.W. Bartel
- J.J. Vis
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten dijkversterkingsplan Zederik/Hagestein-Everdingen wegens onjuiste onteigeningslijnen en strijd bestemmingsplannen
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 2 oktober 2002 uitspraak gedaan over beroepen tegen het dijkversterkingsplan "Zederik/Hagestein-Everdingen" en bijbehorende vergunningen. Appellanten stelden onder meer dat de noodzaak van de dijkversterking, de ligging van de dijk en de onteigeningsgrenzen onjuist waren vastgesteld, en dat vergunningen in strijd waren met bestemmingsplannen.
De Raad oordeelde dat de onteigeningslijn bij een perceel van appellant sub 1 niet zorgvuldig was vastgesteld en vernietigde het plan en de goedkeuring daarvan voor dat onderdeel. Ook werden de aanlegvergunningen van 7 september 2001 en 22 februari 2002 vernietigd wegens strijd met de bestemmingsplannen "Doornwaard" en "Buitengebied Zederik". De vergunning op grond van de Wet milieubeheer werd eveneens vernietigd vanwege onduidelijkheid over de locatie.
Andere beroepen, zoals die van appellanten sub 2 tegen het plan en de goedkeuring daarvan, werden ongegrond verklaard. De Raad stelde dat de belangenafwegingen, waaronder de beleidslijn "Ruimte voor de rivier", redelijk waren gemaakt. Daarnaast werden proceskosten toegewezen aan appellanten sub 2 en sub 3.
De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige besluitvorming en naleving van bestemmingsplannen bij grote infrastructurele projecten zoals dijkversterkingen.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt delen van het dijkversterkingsplan en vergunningen wegens onjuiste onteigeningslijnen en strijd met bestemmingsplannen, terwijl andere beroepen ongegrond worden verklaard.