ECLI:NL:RVS:2002:AE8268
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- E.A. Alkema
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering exploitatievergunning raamprostitutie wegens strijd vreemdelingenwetgeving
Appellant verzocht om een vergunning voor de exploitatie van een raamprostitutie-inrichting in Arnhem, welke door de burgemeester werd geweigerd op grond van artikel 3.3.2, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), vanwege aanwijzingen dat personen in de inrichting werkzaam waren die in strijd met de Vreemdelingenwetgeving verbleven.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de burgemeester zich in redelijkheid op deze aanwijzingen kon baseren, mede gelet op het proces-verbaal en het advies van de Districtschef. Het betoog van appellant dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat anderen wel vergunning kregen, werd verworpen omdat vergelijkbare inrichtingen eveneens niet rechtmatig verblijvende vreemdelingen hadden.
Ook de last tot beëindiging van de overtreding van het verbod op exploitatie zonder vergunning werd door de rechtbank terecht gehandhaafd, aangezien geen bijzondere omstandigheden waren gesteld die handhaving zouden uitsluiten.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de exploitatievergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.