ECLI:NL:RVS:2002:AE8256
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel voor alleenstaande vrouw uit Sri Lanka
Appellante, een alleenstaande vrouw uit Sri Lanka, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. De Staatssecretaris van Justitie wees dit verzoek af op grond van de veiligheidsituatie in Sri Lanka en het feit dat zij elders in het land familie heeft waar zij op kan terugvallen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde vast dat de informatie uit ambtsberichten geen aanwijzingen gaf dat appellante bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de familieleden zich in oorlogsgebieden bevinden en dat het beleid van de staatssecretaris niet vereist dat afgewezen asielzoekers zich in dergelijke gebieden vestigen. De Raad van State oordeelde echter dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat alleenstaande vrouwen in Colombo weliswaar kwetsbaar zijn, maar dat dit niet leidt tot een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling.
Het hoger beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.