ECLI:NL:RVS:2002:AE8252
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning op basis van taalanalyse in vreemdelingenrecht
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van bijzondere hardheid bij terugkeer naar het land van herkomst. De Staatssecretaris van Justitie wees deze aanvraag af omdat niet aannemelijk was gemaakt dat appellante afkomstig was uit Sierra Leone. Deze afwijzing was mede gebaseerd op een taalanalyse uitgevoerd door een deskundig bureau, die concludeerde dat appellante tot de spraak- en cultuurgemeenschap van Liberia behoort.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de taalanalyse onvoldoende zorgvuldig was uitgevoerd, onder meer vanwege de korte duur van de analyse en het ontbreken van informatie over de deskundigheid van de analist. De Raad van State oordeelde dat de analyse onder verantwoordelijkheid van een deskundig bureau was uitgevoerd en dat de korte duur niet leidde tot onvoldoende zorgvuldigheid. Tevens was de analist deskundig en bekend met de relevante talen en regio.
Verder stelde appellante dat het nalaten van een contra-expertise haar niet kon worden tegengeworpen, omdat de Staatssecretaris het door haar ingezonden cassettebandje met Krio had moeten laten beoordelen. De Raad van State verwierp dit standpunt, aangezien appellante op de hoogte was gesteld van de mogelijkheid tot contra-expertise maar hiervan geen gebruik had gemaakt.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond had verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.