ECLI:NL:RVS:2002:AE8064
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens verantwoordelijkheid Duitsland volgens Dublin-overeenkomst
Appellanten hebben een verblijfsvergunning asiel aangevraagd die door de Staatssecretaris van Justitie is afgewezen omdat Duitsland volgens de Dublin-overeenkomst verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielverzoeken. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat de Staatssecretaris niet verplicht is de behandeling aan zich te trekken zolang Duitsland zich verantwoordelijk acht en de asielzoekers niet voldoen aan uitzonderlijke omstandigheden. Ook het beroep op gezinsbanden en humanitaire gronden wordt verworpen omdat de echtgenoot/vader niet instemde met overdracht van zijn asielverzoek.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvragen wordt bevestigd.