ECLI:NL:RVS:2002:AE7769
Raad van State
- Hoger beroep
- C. de Gooijer
- M.A.E. Planken
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huursubsidie wegens onjuiste hoofdverblijfplaats en gezamenlijke huishouding
Appellante kreeg huursubsidie voor de perioden 1994-1995, 1996-1997 en 1997-1998. De Staatssecretaris herzag deze subsidies en stelde ze op nihil, waarna de te veel betaalde bedragen werden teruggevorderd. Appellante voerde aan dat zij recht had op de subsidies, maar bleek in de periode 1994-1995 geen hoofdverblijf te hebben op het opgegeven adres en in de latere periodes een gezamenlijke huishouding te voeren op een ander adres.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, en de Raad van State bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad nam de overwegingen van de rechtbank over en oordeelde dat het herhaalde betoog van appellante geen aanleiding gaf tot een ander oordeel.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 18 september 2002 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van huursubsidie bevestigd.