ECLI:NL:RVS:2002:AE7653
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning na zorgvuldige hoorprocedure in Franse taal
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel door de Staatssecretaris van Justitie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant richtte zich vervolgens tot de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of het horen van appellant in de Franse taal, terwijl hij de voorkeur gaf aan het Bambara, onzorgvuldig was. De Raad van State oordeelde dat Frans de officiële taal van Ivoorkust is en tevens een voertaal tussen bevolkingsgroepen. Appellant had tijdens het nader gehoor verklaard de Franse tolk goed te verstaan en had in het dossier geen aanwijzingen gevonden dat hij zijn asielrelaas onvoldoende kon toelichten.
De Raad van State concludeerde dat de staatssecretaris het beleid correct had toegepast en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te wijken. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.