ECLI:NL:RVS:2002:AE7604
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende medewerking vaststelling identiteit
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie is afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van de gegrondheid van zijn aanvraag. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De kern van het geschil betreft de medewerking van appellant aan de vaststelling van zijn identiteit en nationaliteit. Appellant stelde dat hij niet in staat was de gevraagde medewerking te verlenen, mede vanwege taalproblemen. De Raad van State oordeelde echter dat de staatssecretaris terecht aannam dat appellant niet voldoende meewerkte, aangezien hij niet aannemelijk maakte de bekende talen van zijn land te beheersen en onvoldoende in het Engels kon communiceren.
De Raad van State benadrukt dat het aan de vreemdeling is om de feiten en omstandigheden die zijn aanvraag ondersteunen aannemelijk te maken. Het ontbreken van volledige medewerking rechtvaardigt de afwijzing van de aanvraag. De overige grieven van appellant zijn niet toereikend om de uitspraak te vernietigen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd vanwege onvoldoende medewerking aan de vaststelling van identiteit en nationaliteit.