ECLI:NL:RVS:2002:AE6738
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep rechtshulpverlener en proceskostenveroordeling
De zaak betreft een hoger beroep van een rechtshulpverlener tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden waarin het beroep van zijn cliënt niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van een administratief beroep. De rechtshulpverlener stelde zich op het standpunt dat het beroep van zijn cliënt ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard.
De Raad van State oordeelde dat uit het hoger beroepschrift blijkt dat de rechtshulpverlener het hoger beroep op eigen naam heeft ingesteld, terwijl hij geen persoonlijk belang bij het hoger beroep kan hebben. Daarom is hij niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. Verder was het voor de rechtshulpverlener evident dat het hoger beroep kansloos was, waardoor sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van het procesrecht.
De Raad van State veroordeelde de rechtshulpverlener tot betaling van de proceskosten die de raad voor rechtsbijstand heeft gemaakt in verband met de behandeling van het hoger beroep. Het hoger beroep werd derhalve niet-ontvankelijk verklaard en de proceskosten werden opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de rechtshulpverlener is niet-ontvankelijk verklaard en hij is veroordeeld tot betaling van proceskosten.