ECLI:NL:RVS:2002:AE6625
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechterlijke uitspraak over vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Appellant is op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd, waarbij hij zich moest ophouden in een aangewezen ruimte. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de maatregel. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State overwoog dat de aanwijzing van een andere ruimte als een besluit moet worden beschouwd en dat deze aanwijzing door de rechtbank in haar oordeel is betrokken. Hoewel de inhoud van het besluit van 7 april 2002 en de mogelijkheid tot beroep niet in een voor appellant begrijpelijke taal zijn medegedeeld, achtte de Raad dit gebrek niet zodanig ernstig dat het de rechtmatigheid van de maatregel aantast.
De Raad concludeerde dat de belangen van appellant niet onevenredig werden geschaad en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 23 mei 2002 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.