ECLI:NL:RVS:2002:AE6055
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken nieuw gebleken feiten
De staatssecretaris van Justitie wees een herhaalde aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht toepassing gaf aan artikel 4:6, tweede lid, Awb, omdat de vreemdeling geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die als rechtens relevante nova konden worden aangemerkt. Documenten die ter toelichting waren overgelegd, maar die reeds in de eerdere procedure waren behandeld, konden niet als nieuw worden beschouwd.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten die de vreemdeling had gemaakt voor rechtsbijstand door een derde partij.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd.