ECLI:NL:RVS:2002:AE6046
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring beroep tegen verlenging beslistermijn verblijfsvergunning
Appellante had beroep ingesteld tegen de beslissing van de Staatssecretaris van Justitie om de beslistermijn van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd te verlengen met maximaal zes maanden. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat zij oordeelde dat de verlenging slechts een voorbereidingshandeling was en appellante daardoor niet rechtstreeks in haar belang was getroffen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat de verlenging van de beslistermijn inderdaad geen zelfstandig besluit is dat vatbaar is voor bezwaar of beroep, tenzij het belanghebbende rechtstreeks treft. Het uitstel van de beslissing leidt niet tot een directe schending van het belang van appellante.
Daarom oordeelt de Afdeling dat de rechtbank ten onrechte niet onbevoegd verklaard heeft om kennis te nemen van het beroep. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de Afdeling verklaart zich onbevoegd om het beroep tegen de verlenging van de beslistermijn te behandelen.
Uitkomst: De Afdeling verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de verlenging van de beslistermijn en vernietigt de uitspraak van de rechtbank.