ECLI:NL:RVS:2002:AE6034
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over bevoegdheid inzake beëindiging verstrekkingen Wet COA
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) besloten de verstrekkingen aan een vreemdeling te beëindigen. De vreemdeling stelde bezwaar in tegen dit besluit, dat door de president van de rechtbank te ’s-Gravenhage deels werd toegewezen door het besluit te vernietigen maar de rechtsgevolgen in stand te laten.
Het COA stelde hoger beroep in bij de Raad van State tegen deze uitspraak, waarbij het betoogde dat artikel 3a van de Wet COA anders uitgelegd moest worden, met name over de bevoegdheid van de rechtbank. De Raad van State oordeelde dat artikel 3a van de Wet COA duidelijk bepaalt dat vanaf 1 april 2001 de rechtbank te ’s-Gravenhage exclusief bevoegd is om te oordelen over beroepen tegen besluiten van het COA tot beëindiging van verstrekkingen.
De Raad van State verwierp het hoger beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Hiermee is de bevoegdheidsvraag definitief beslecht ten gunste van de rechtbank te ’s-Gravenhage.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de bevoegdheid van de rechtbank te ’s-Gravenhage voor beroepen tegen besluiten van het COA tot beëindiging van verstrekkingen.