ECLI:NL:RVS:2002:AE5987
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- H. Beekhuis
- J.R. Schaafsma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning pluimveehouderij wegens onvoldoende milieuhygiënische motivering cumulatieve stankhinder
De zaak betreft het beroep van de Vereniging Milieu-Offensief tegen een vergunning verleend door burgemeester en wethouders van Meerlo-Wanssum voor het houden van 175.000 legkippen in twee stallen. De vergunning was verleend op grond van de Wet milieubeheer en lag ter inzage vanaf 21 september 2001. Appellante stelde beroep in tegen het besluit vanwege bezwaren over de cumulatieve stankhinder.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft vastgesteld dat bij de beoordeling van de cumulatieve stankhinder verweerders zich hadden gebaseerd op de Richtlijn veehouderij en stankhinder 1996 en de daarop gebaseerde beleidsregels en handreikingen. De Afdeling oordeelde dat deze richtlijn en beleidsregels onvoldoende milieuhygiënische onderbouwing bieden en dat het bestreden besluit daarom in strijd is met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht wegens gebrekkige motivering.
De Afdeling vernietigt het besluit en laat de vraag of het besluit voldoet aan de Europese IPPC-richtlijn onbesproken. Tevens veroordeelt zij de gemeente Meerlo-Wanssum tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de cumulatieve stankhinder.