ECLI:NL:RVS:2002:AE5973
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Beleid raad voor rechtsbijstand inzake toevoeging in asielzaken niet strijdig met Wet op de rechtsbijstand
Appellant verzocht om toevoeging voor rechtsbijstand in een asielprocedure door een medewerker van de Stichting Rechtsbijstand Friesland (SRF). Deze medewerker was niet ingeschreven bij de raad voor rechtsbijstand om rechtsbijstand aan asielzoekers te verlenen. De aanvraag werd afgewezen omdat de medewerker niet voldeed aan de beleidsregels van de raad, die alleen toevoegingen verstrekt aan rechtshulpverleners die een overeenkomst hebben met de Stichting Rechtsbijstand Asiel Noord en Oost Nederland (SRA).
De rechtbank en de raad voor rechtsbijstand verklaarden het beroep van appellant ongegrond. De Raad van State overwoog dat artikel 7 van Pro de Wet op de rechtsbijstand de raad beleidsvrijheid geeft bij de besteding van middelen voor rechtsbijstand. Het beleid om toevoegingen in asielzaken alleen aan te bieden aan aangesloten rechtshulpverleners is niet in strijd met de wet, noch met de artikelen 13, 19 en 22 van de Wet.
Appellant kon niet aantonen dat er bijzondere omstandigheden waren die een uitzondering op het beleid rechtvaardigden. Omdat de medewerker van de SRF niet de gevraagde aanvullende informatie verstrekte, was het bureau bevoegd de aanvraag af te wijzen. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag om toevoeging wordt bevestigd.