ECLI:NL:RVS:2002:AE5970
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- E.M. Ouwehand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bouwvergunning voor steiger in strijd met bestemmingsplan water
Appellant verzocht om een bouwvergunning voor het vervangen en vergroten van een steiger aan een locatie te Haarlem. Burgemeester en wethouders weigerden deze vergunning op grond van het bestemmingsplan “Zuiderpolder”, waarin het perceel de bestemming “water” heeft. De steiger is niet toegestaan binnen deze bestemming.
Appellant maakte bezwaar, dat door burgemeester en wethouders ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond. Tegen deze uitspraak stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat appellant geen beroep kon doen op het overgangsrecht uit artikel 29 van Pro de planvoorschriften en ook geen recht had op de binnenplanse vrijstelling uit artikel 27. Tevens was niet voldaan aan de voorwaarden voor een anticipatieprocedure zoals bedoeld in artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke ordening. Burgemeester en wethouders waren daarom terecht niet bevoegd om een vrijstelling te verlenen.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de bouwvergunning voor de steiger en verklaart het hoger beroep ongegrond.