ECLI:NL:RVS:2002:AE5967
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- P.A. de Vink
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning voor paardenhouderij en opslag mest in Veendam
Verweerders, burgemeester en wethouders van Veendam, verleenden op 11 december 2001 een vergunning aan een vergunninghouder voor het oprichten en exploiteren van een inrichting voor het houden, verhandelen en trainen van maximaal 15 paarden en pony’s, inclusief opslag van vrijkomende zaagselmest op een vloeistofdichte vloer met overkapping.
Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, waarbij hij zich beperkte tot verwijzing naar eerder ingebrachte bedenkingen tegen het ontwerpbesluit. Verweerders gingen in het bestreden besluit in op deze bedenkingen. Appellant voerde echter geen nieuwe gronden aan ter onderbouwing van zijn beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de weerlegging van de bedenkingen door verweerders niet onjuist was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor paardenhouderij en opslag van mest wordt ongegrond verklaard.