ECLI:NL:RVS:2002:AE4847
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel ondanks zwangerschap en humanitaire gronden
Appellante verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de Staatssecretaris van Justitie op 16 februari 2002 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Appellante stelde dat zij als ongehuwde zwangere vrouw uit Bagdad, met een jong kind en zonder banden in Noord-Irak, risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro en dat humanitaire redenen haar terugkeer belemmeren. De rechtbank en de Afdeling oordeelden dat de beschikbare ambtsberichten onvoldoende bewijs boden voor een reëel risico of individuele humanitaire gronden.
Daarnaast werd aangevoerd dat medische zorg in Noord-Irak niet toegankelijk zou zijn vanwege haar zwangerschap, maar dit werd niet inhoudelijk beoordeeld omdat uitstel van vertrek tot zes weken na de bevalling was verleend.
Verder klaagde appellante dat de rechtbank niet op haar betoog inzake de rechtsmiddelenclausule en de aanmeldcentrumprocedure was ingegaan, maar dit werd niet gegrond verklaard. De Raad van State bevestigt de uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel en verklaart het hoger beroep ongegrond.