ECLI:NL:RVS:2002:AE4846
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie wees op 1 maart 2002 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af. De voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht of de staatssecretaris terecht het ontbreken van reis- en identiteitsdocumenten aan de vreemdeling toerekende en of de vreemdeling voldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn aanvraag gegrond was. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht aannam dat de vreemdeling onvoldoende onderbouwing gaf en dat de motieven voor het verlaten van het land onvoldoende waren.
De Afdeling stelde vast dat de voorzieningenrechter onjuist toepassing gaf aan artikel 83 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 door een notitie van 2 maart 2002 mee te wegen die geen nieuwe feiten bevatte. Ook was niet voldaan aan het vereiste van motivering van de uitspraak. Uiteindelijk vernietigde de Afdeling de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel door de staatssecretaris werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel door de staatssecretaris wordt bevestigd.