ECLI:NL:RVS:2002:AE4651

Raad van State

Datum uitspraak
26 juni 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200102727/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak rechtbank inzake informatieverstrekking door Centraal bureau motorrijtuigenbelasting

Appellant heeft bij het Centraal bureau motorrijtuigenbelasting (CBM) informatieverzoeken ingediend die door het CBM zijn beantwoord. Na bezwaar wees het CBM het bezwaar af met de mededeling dat alle relevante gegevens aan appellant bekend zijn gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.

Appellant stelde in hoger beroep dat het CBM informatie zou hebben achtergehouden, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken. De Raad van State concludeert dat er geen aanwijzingen zijn dat het CBM niet alle gegevens heeft verstrekt.

De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

200102727/1.
Datum uitspraak: 26 juni 2002
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch van 26 april 2001 in het geding tussen:
appellant
en
de Inspecteur van het Centraal bureau motorrijtuigenbelasting.
1. Procesverloop
Bij besluit van 16 december 1999 heeft het hoofd van het Centraal bureau motorrijtuigenbelasting (hierna: het CBM) de verzoeken van appellant om informatie beantwoord.
Bij besluit van 12 januari 2000 heeft de inspecteur van het CBM op het daartegen gemaakte bezwaar gereageerd met de mededeling dat de dossiers geen gegevens bevatten die niet aan appellant bekend zijn. Dit besluit is aangehecht.
Bij uitspraak van 26 april 2001, verzonden op 27 april 2001, heeft de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 30 mei 2001, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 26 juni 2001. Deze brieven zijn aangehecht.
Bij brief van 12 oktober 2001 heeft het CBM van antwoord gediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 juni 2002, waar het CBM, vertegenwoordigd door mr. A.J. van Lohuizen, is verschenen.
2. Overwegingen
2.1. De rechtbank is terecht tot het oordeel gekomen dat zij in de gedingstukken noch in het verhandelde ter zitting enig aanknopingspunt heeft kunnen vinden voor de stelling dat het CBM niet alle gegevens uit de onder hem berustende dossiers betreffende appellant en zijn echtgenote heeft verstrekt. Appellant is er ook in hoger beroep niet in geslaagd aannemelijk te maken dat het CBM op hem betrekking hebbende informatie zou hebben achtergehouden.
2.2. Het hoger beroep is derhalve ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.H.B. van der Meer, Voorzitter, en mr. T.M.A. Claessens en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van Staat.
w.g. Van der Meer w.g. Zwemstra
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2002
91-367.