ECLI:NL:RVS:2002:AE3602
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over bevoegdheid tot huiszoeking en staandehouding in vreemdelingenbewaring
Appellante werd op 20 februari 2002 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze maatregel op 5 maart 2002 ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van een onbevoegde huiszoeking. Appellante voerde aan dat de verbalisanten wel bevoegd waren de woning te betreden, maar niet om deze te doorzoeken en de cv-kast te openen waarin zij zich bevond. De Raad van State oordeelde dat verbalisanten toestemming hadden van de hoofdbewoner om de woning te betreden en personen te zoeken om hun verblijfsstatus vast te stellen, inclusief het openen van kasten zoals de cv-kast.
Hierdoor was er geen sprake van een onbevoegde doorzoeking en kon de vraag of appellante als bewoner moest worden aangemerkt onbeantwoord blijven. Het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.