ECLI:NL:RVS:2002:AE3300
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Dolman
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning voor ontgronding met waterganguitbreiding in Mijdrecht
Verweerders hebben een vergunning verleend aan Bouwbedrijf Midreth BV voor het ontgronden van percelen in de gemeente Waverveen, waarbij watergangen worden verruimd en een waterpartij wordt gegraven. Appellant maakte bezwaar tegen de vergunning vanwege mogelijke risico’s voor koeien die in de watergang kunnen verdrinken en mogelijke schade aan zijn gronden door afkalving.
De Raad van State heeft het beroep van appellant behandeld en overwogen dat het risico op verdrinking van koeien niet significant groter wordt dan in de bestaande situatie, mede doordat de sloot wel breder maar niet veel dieper wordt. Ook acht de Afdeling het niet aannemelijk dat motorboten gebruik zullen maken van de watergang, waardoor schade door afkalving beperkt blijft.
Daarnaast zijn planologische bezwaren van appellant niet aan de orde in deze procedure, maar dienen deze in het kader van het bestemmingsplan te worden behandeld. Bezwaren over brug en rioolleiding vallen buiten het kader van de ontgrondingsvergunning.
De Afdeling concludeert dat verweerders de belangenafweging zorgvuldig hebben gemaakt en dat het besluit niet in strijd is met het recht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de ontgrondingsvergunning wordt ongegrond verklaard.