ECLI:NL:RVS:2002:AE2842
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- E.M. Ouwehand
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inzameling huishoudelijk afval wegens niet-ontvankelijkheid appellant
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van burgemeester en wethouders van Breda waarin inzamelmiddelen voor huishoudelijk afval aan specifieke flats werden toegewezen. De bezwaren werden deels gegrond en deels ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit niet-ontvankelijk. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante niet behoort tot de groep bewoners waarvoor het primaire besluit geldt en derhalve geen belanghebbende is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor was zij niet-ontvankelijk in haar bezwaar tegen het primaire besluit. De Afdeling vernietigde het besluit voor zover de bezwaren ongegrond waren verklaard en stelde dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Verder werd geoordeeld dat de rechtbank het beroep tegen het onderdeel van de beslissing op bezwaar dat steunt op de Afvalstoffenverordening had moeten doorzenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak. De gemeente Breda werd gelast het betaalde griffierecht aan appellante te vergoeden.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het primaire besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit deels vernietigd.