ECLI:NL:RVS:2002:AE2831
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning veehouderij wegens onjuiste toepassing ammoniakreductieplan
Burgemeester en wethouders van Son en Breugel verleenden op 14 augustus 2001 een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een veehouderij met specifieke aantallen zoogkoeien, jongvee en vleeskuikens. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit en stelden dat het besluit in strijd was met de Interimwet ammoniak en veehouderij, met name vanwege de onrechtmatige toepassing van de algemeen-belang-uitzonderingsclausule in het ammoniakreductieplan.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de vergunning was verleend met afwijking van het emissie-stand-still-beginsel, omdat het bedrijf moest worden verplaatst wegens ruilverkaveling. Verweerders beriepen zich op zwaarwegende redenen ter behartiging van het algemeen belang, maar konden niet aantonen dat de voorwaarden van het ammoniakreductieplan van Son en Breugel hiermee overeenkwamen. De Afdeling stelde vast dat de uitzonderingsclausule in het plan onverenigbaar was met de Interimwet en dat de aanvullende saldomethode niet toegepast mocht worden bij oprichtingssituaties.
De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee werd bevestigd dat de vergunningverlening niet in overeenstemming was met de wettelijke voorschriften en het ammoniakreductieplan.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van het ammoniakreductieplan.