ECLI:NL:RVS:2002:AE2810
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.E. van der Does
- E. Korthals Altes
- J.A.M. van Angeren
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing bijdrage oogstschade dahlia’s
Verzoekers hadden een aanvraag ingediend voor een bijdrage op grond van de Regeling oogstschade 1998 vanwege schade aan dahlia’s door regenval in september 1998. De Minister wees de aanvraag af omdat het gewas op de peildatum 7 december 1998 niet meer te velde stond. Verzoekers hadden de dahlia’s in november 1998 geoogst, na advies van een door de Minister opengestelde informatielijn.
De rechtbank oordeelde dat de Minister onzorgvuldig had gehandeld door vast te houden aan de peildatum als voorwaarde, omdat verzoekers niet konden weten dat zij de dahlia’s pas na 7 december mochten oogsten om in aanmerking te komen voor de bijdrage. De rechtbank vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De Minister stelde in hoger beroep dat de omstandigheden voor alle aanvragers gelijk waren en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die afwijking van het beleid rechtvaardigden. De Afdeling bestuursrechtspraak volgde dit deels, maar oordeelde dat de voorwaarde dat het gewas op de peildatum nog te velde moest staan, niet redelijk was omdat agrariërs als goede ondernemers schadebeperkend handelen door het gewas eerder te oogsten.
Daarom had de Minister deze voorwaarde buiten toepassing moeten laten. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, met een proceskostenveroordeling ten laste van de Minister.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met een proceskostenveroordeling.