ECLI:NL:RVS:2002:AE2600
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel door de Staatssecretaris van Justitie. De rechtbank te ’s-Gravenhage verklaarde het beroep ongegrond. Appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State beoordeelde of de grieven van appellanten ontvankelijk en gegrond waren. Een aantal grieven werd niet als zodanig erkend omdat ze niet bij de rechtbank waren ingebracht of niet voldeden aan de eisen van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Andere grieven, zoals tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van documenten, werden inhoudelijk behandeld maar leidden niet tot vernietiging van de uitspraak.
De Raad oordeelde dat de Staatssecretaris in redelijkheid tot zijn oordeel kon komen dat de geloofwaardigheid van de asielverhalen onvoldoende was, mede vanwege tegenstrijdigheden en het ontbreken van reisdocumenten. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep kennelijk ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.