ECLI:NL:RVS:2002:AE2581
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- E.M.H. Hirsch Ballin
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing vergunning voor merkendorp met megabioscoop in Roermond
Bij besluit van 22 juni 2000 verleenden burgemeester en wethouders van Roermond een milieuvergunning aan een vennootschap naar Engels recht voor het oprichten en exploiteren van een merkendorp met megabioscoop op een terrein nabij de Maas in Roermond. Appellanten sub 1 en sub 2 stelden beroep in tegen dit besluit. Appellante sub 2 werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij het griffierecht niet binnen de gestelde termijn had voldaan.
Appellanten sub 1 voerden aan dat de aanvraag niet voldeed aan de eisen van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, onder meer vanwege het ontbreken van technische gegevens over ontgeuringsinstallaties en een niet-technische samenvatting, alsmede het ontbreken van informatie over toekomstige ontwikkelingen. De Raad oordeelde dat de aanvraag voldoende informatie bevatte en dat de aard van de inrichting een niet-technische samenvatting niet noodzakelijk maakte.
Verder betoogden appellanten sub 1 dat de lozing van hemelwater op de Maas vergunningplichtig was krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en dat de vergunningaanvraag gecoördineerd had moeten worden. De Raad stelde vast dat de lozing via een gemeentelijke aansluiting plaatsvindt en dat de coördinatieregeling niet van toepassing is.
Tot slot werd aangevoerd dat de locatie in het winterbed van de Maas het overstromingsrisico zou verhogen, hetgeen tot weigering van de vergunning zou moeten leiden. De Raad stelde dat de Wet beheer rijkswaterstaatswerken hiervoor het toetsingskader is en dat de Wet milieubeheer niet ziet op hinder door overstroming. Aangezien geen sprake was van hinder, faalde dit verweer. De Raad verklaarde het beroep van appellante sub 2 niet-ontvankelijk en wees het beroep van appellanten sub 1 ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellante sub 2 is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van appellanten sub 1 is ongegrond verklaard.