ECLI:NL:RVS:2002:AE2566
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- I. Beurmanjer-de Lange
- Rechtspraak.nl
Vergunning geweigerd voor paardenhouderij vanwege onvoldoende afstand tot woningen
Appellant verzocht om een vergunning op grond van de Wet milieubeheer voor het oprichten en exploiteren van een paardenhouderij met 24 paarden nabij een woongebied. Verweerders hebben deze vergunning geweigerd omdat de inrichting slechts 60 meter verwijderd is van de dichtstbijzijnde woning, terwijl de beleidsnotitie een minimale afstand van 100 meter voorschrijft.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat verweerders binnen hun beoordelingsvrijheid hebben gehandeld door de beleidsnotitie te hanteren, die gebaseerd is op algemeen aanvaarde milieuhygiënische inzichten en de Richtlijn stankhinder en veehouderij. De beleidsnotitie voorziet in een afstandscriterium dat is afgestemd op de categorie van omliggende stankgevoelige objecten.
Appellant voerde aan dat de afstandscriteria niet als harde normen mogen gelden en dat jurisprudentie een afstand van 50 meter als toereikend heeft beschouwd. De Afdeling stelt echter vast dat verweerders een eigen, redelijke invulling hebben gegeven aan hun beoordelingsvrijheid en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die tot een afwijking van de beleidsnotitie noodzaken.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning wordt terecht geweigerd vanwege de te verwachten stankhinder. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de milieuvergunning voor de paardenhouderij wordt ongegrond verklaard.