ECLI:NL:RVS:2002:AE2563
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.H. Donner
- J.A.M. van Angeren
- J.R. Schaafsma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging revisievergunning pluimveehouderij wegens onvoldoende motivering cumulatieve stankhinder
Bij besluit van 2 januari 2001 verleenden burgemeester en wethouders van Epe een revisievergunning voor een pluimveehouderij met een aanzienlijke toename van het aantal gehouden dieren. Diverse appellanten, waaronder een omwonende en milieuverenigingen, stelden beroep in tegen dit besluit. De Raad van State behandelde de zaak op 28 januari 2002 en oordeelde over verschillende milieukundige aspecten zoals ammoniakemissie, mestopslag, stank- en geluidhinder.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat de vergunning terecht was verleend met betrekking tot ammoniakemissie en mestopslag, waarbij rekening werd gehouden met de feitelijke emissie gedurende de opslagperiode. Wel werd geoordeeld dat de cumulatieve stankhinder onvoldoende was gemotiveerd, omdat niet alle relevante stankgevoelige objecten waren meegenomen en de afstand tot een woning onjuist was gehanteerd. Ook werden voorschriften over geluid en energie onzorgvuldig voorbereid en gemotiveerd bevonden.
Gezien het belang van de cumulatieve stankhinder voor de vergunningverlening vernietigde de Raad het besluit geheel. De beroepen van de overige appellanten werden ongegrond verklaard. De gemeente Epe werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten sub 2.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de revisievergunning wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering van cumulatieve stankhinder en onzorgvuldigheden in voorschriften.