ECLI:NL:RVS:2002:AE2425
Raad van State
- Hoger beroep
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen revisievergunning voor afvalverwerking
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland verleenden aan appellante een revisievergunning voor een inrichting voor het bewaren, be- en verwerken van diverse afvalstoffen, waaronder bouw- en sloopafval, met specifieke voorschriften ter bescherming van het milieu.
Appellante stelde beroep in tegen het aan de vergunning verbonden voorschrift 7.2, dat haar verplicht om alle vrachten bouw- en sloopafval te zeven ter verwijdering van zand- en grondfractie, omdat dit voorschrift haar bedrijfsvoering onnodig zou belemmeren en niet zou bijdragen aan optimale afvalverwijdering.
De Raad van State oordeelde dat verweerders terecht een voorschrift hebben verbonden dat in alle vergunningen voor sorteerinrichtingen wordt opgenomen en dat het zeven van het bouw- en sloopafval deel uitmaakt van een doelmatige verwijdering en het normale bewerkingsproces. Er was geen grond om het beleid of het voorschrift onredelijk te achten.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voorschrift tot zeven van bouw- en sloopafval is ongegrond verklaard.