ECLI:NL:RVS:2002:AE2418
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.H. Donner
- Th.G. Drupsteen
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning veehouderij en hondenpension wegens onvoldoende motivering geluidhinder
Burgemeester en wethouders van Leidschendam verleenden een veranderingsvergunning voor een veehouderij annex hondenpension, waarbij maximaal 60 honden mochten worden gehouden. Appellanten stelden dat de vergunning onterecht was verleend en dat een revisievergunning had moeten worden geëist. Tevens werd betoogd dat de akoestische rapportages ondeugdelijk waren en de geluidvoorschriften niet toereikend en niet naleefbaar zouden zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het beroep voor zover het stankhinder en het ontbreken van een vergunning voor lozing van afvalwater betreft niet-ontvankelijk was, omdat appellanten daartegen geen bedenkingen tegen het ontwerpbesluit hadden ingebracht. Ten aanzien van de geluidhinder oordeelde de Afdeling dat de beoordelingsvrijheid van verweerders niet was overschreden bij het niet verlangen van een revisievergunning.
Echter, de Afdeling stelde vast dat de gehanteerde bronvermogenniveaus in het akoestisch onderzoek te laag waren en dat een strafcorrectie voor impulsvormig geluid niet was toegepast, terwijl dit wel noodzakelijk was. Ook ontbraken bepaalde activiteiten in het rapport, waardoor het geluid niet volledig in beeld was gebracht. Hierdoor was de motivering van het besluit ontoereikend en in strijd met de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd daarom deels gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De gemeente werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en deels gegrond, het bestreden besluit is vernietigd vanwege onvoldoende motivering van geluidhinder.