ECLI:NL:RVS:2002:AE2415
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling ten hoogste toelaatbare geluidbelasting industrieterreinen afgewezen
Twee besloten vennootschappen uit Vlaardingen hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer waarin de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting (MTG's) rondom industrieterreinen zijn vastgesteld. De appellanten voerden aan dat de MTG's te laag zijn vastgesteld vanwege onjuiste gegevens, niet in acht genomen geluidbelasting door specifieke activiteiten, en dat de voorgestelde saneringsmaatregelen financieel onhaalbaar en niet kosteneffectief zouden zijn.
De Raad van State oordeelde dat het saneringsonderzoek waarin de MTG's zijn gebaseerd, de relevante geluidbronnen, waaronder het laden van schepen, adequaat heeft meegenomen. Ook is niet gebleken dat herstructureringsplannen in de nabije toekomst gerealiseerd worden, zodat rekening houden met mogelijke toekomstige wijzigingen niet noodzakelijk was. De kosten van de voorgestelde maatregelen werden als redelijk beoordeeld.
Voor de tweede appellant werd geoordeeld dat het akoestisch onderzoek waarop de vergunning is gebaseerd, een juiste representatieve bedrijfssituatie beschrijft. Veranderingen die later via meldingen zijn doorgevoerd, hebben geen nadelige akoestische gevolgen en behoeven geen aanpassing van de MTG's. De minister heeft de bezwaren van appellanten terecht ongegrond verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde daarom de beroepen ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De beroepen tegen de vaststelling van de maximale geluidbelasting zijn ongegrond verklaard.