ECLI:NL:RVS:2002:AE2401
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering legalisatie geboortebewijs en verklaring ongehuwd-zijn
Appellante verzocht de minister van Buitenlandse Zaken om legalisatie van een geboortebewijs en een verklaring van ongehuwd-zijn uit het buitenland. De minister weigerde deze legalisatie op grond van het beleid dat twijfel over de juistheid van buitenlandse documenten weggenomen moet worden door ondersteunend bewijs, en het koppelingsbeleid dat stelt dat een verklaring van ongehuwd-zijn alleen gelegaliseerd kan worden indien een geboortebewijs is gelegaliseerd.
Appellante stelde in hoger beroep dat de weigering in strijd was met artikel 8 EVRM Pro en dat een belangenafweging op grond van artikel 3:4 Awb Pro had moeten plaatsvinden. De Raad van State oordeelde dat inmenging in het recht op gezinsleven gerechtvaardigd is ter bescherming van goede zeden en rechten van anderen, en dat het beleid van de minister niet onredelijk is.
De Raad van State volgde de rechtbank in haar oordeel dat de minister terecht de legalisatie heeft geweigerd omdat appellante onvoldoende twijfel over de juistheid van het geboortebewijs heeft weggenomen. Ook het standpunt van appellante dat een NPC-verklaring had moeten worden gelegaliseerd werd verworpen omdat de minister de gebruikelijke besluitvormingsprocedure mocht volgen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de minister om de legalisatie van het geboortebewijs en de verklaring van ongehuwd-zijn te verlenen en verklaart het hoger beroep ongegrond.