ECLI:NL:RVS:2002:AE2400
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid weigering legalisatie geboortebewijzen door Minister van Buitenlandse Zaken
Verzoeker heeft bij de Minister van Buitenlandse Zaken legalisatie van de geboortebewijzen van haar drie kinderen aangevraagd. De Minister weigerde dit op grond van twijfel aan de inhoudelijke juistheid, met name de geboorteplaats en geboortedatum, die niet door objectief verificatieonderzoek konden worden bevestigd.
De rechtbank Breda oordeelde dat de beslissing op bezwaar onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd was en vernietigde het besluit, waarbij zij de Minister opdroeg een nieuw besluit te nemen. De Minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat het beleid van de Minister om alleen op basis van objectieve, onafhankelijke gegevens de juistheid van documenten te bevestigen, niet onaanvaardbaar is. Uit het verificatieonderzoek en de overige stukken blijkt dat de twijfel aan de juistheid van de geboortebewijzen terecht niet is weggenomen. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat de Minister niet zorgvuldig heeft gehandeld.
De Raad van State vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van verzoeker ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard en het besluit van de Minister tot weigering van legalisatie wordt bevestigd.