ECLI:NL:RVS:2002:AE2393
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding door Jachtfonds wegens onvoldoende preventiemaatregelen tegen roekenschade
Appellant verzocht het bestuur van het Jachtfonds om een tegemoetkoming in de schade die door roeken in eind 1998 en begin 1999 aan zijn maïskuil was aangericht. Het bestuur wees dit verzoek af, omdat appellant niet voldoende had gedaan om de schade te voorkomen, zoals vereist op grond van de Jachtwet en de bijbehorende regeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde dat hij wel degelijk de in de brochure van het Jachtfonds aanbevolen beschermingsmaatregelen had toegepast, zoals het gebruik van beschermzeilen van bandweefsel, maar de rechtbank vond dat onvoldoende. De rechtbank oordeelde dat appellant aanvullende maatregelen had kunnen nemen, bijvoorbeeld door zand over de kuil aan te brengen, en dat het bestuur zich daarom terecht op het standpunt stelde dat de schade voorkomen had kunnen worden.
De Raad van State bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat het bestuur zich in redelijkheid op dit standpunt heeft kunnen stellen. De enkele omstandigheid dat appellant zich aan de brochure had gehouden, is onvoldoende om het standpunt van het bestuur te weerleggen. Er is geen bewijs dat het voor appellant onmogelijk was om aanvullende preventieve maatregelen te treffen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt met verbeterde motivering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de schadevergoeding wordt bevestigd.