ECLI:NL:RVS:2002:AE2344
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning op grond van Dublinovereenkomst en Vreemdelingenwet 2000
Appellant verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris van Justitie werd afgewezen op grond van de Dublinovereenkomst, die bepaalt dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Appellant stelde dat hij niet in Duitsland was geweest en verzocht om inzage in de dactyloscopische onderzoeksstukken om een contra-expertise te kunnen laten verrichten. De rechtbank wees dit verzoek af omdat appellant geen reis- of identiteitspapieren had overgelegd ter onderbouwing van zijn stellingen.
Verder klaagde appellant dat het beleid uit de Vreemdelingencirculaire 1994, dat gunstiger voor hem zou zijn, had moeten worden toegepast in plaats van het beleid uit de Vreemdelingencirculaire 2000. De Raad van State oordeelde dat de Vreemdelingenwet 2000 van toepassing was op zijn aanvraag en daarmee ook het beleid uit de Vc 2000, waardoor de klacht faalde.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.