ECLI:NL:RVS:2002:AE2342
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid hoger beroep in vreemdelingenzaak wegens termijnoverschrijding
Appellant vroeg een verblijfsvergunning asiel aan, welke door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat hij de gronden van het beroep niet binnen de gestelde termijn had aangevuld. Appellant stelde dat hij tijdig telefonisch uitstel had gevraagd, maar dit verzoek schriftelijk had moeten worden ingediend.
De Raad van State overwoog dat de rechtbank voldoende had gemotiveerd waarom het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. De gestelde praktijk van uitstelverlening bij andere nevenzittingsplaatsen kon niet worden toegepast op de nevenzittingsplaats Assen, waar appellant zijn beroep had ingediend. Er was geen sprake van een beleidswijziging die bekend was gemaakt.
Het hoger beroep stelde geen nieuwe rechtsvragen die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.