ECLI:NL:RVS:2002:AE2339
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring beroep verblijfsvergunning asiel wegens termijnoverschrijding
Appellant had op 15 januari 2002 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de Staatssecretaris van Justitie werd afgewezen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank te ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats Assen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant de gronden van het beroep niet binnen de gestelde hersteltermijn had aangeleverd.
De Raad van State overwoog dat de wettelijke beroepstermijn op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht op 22 januari 2002 om 24.00 uur eindigde. Appellant had de gronden van het beroep vóór deze wettelijke termijn ingediend, hoewel na de door de rechtbank gestelde hersteltermijn. De rechtbank had ten onrechte de wettelijke beroepstermijn ondergeschikt gemaakt aan de hersteltermijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling. De beslissing over proceskosten in hoger beroep werd gereserveerd voor de einduitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep is vernietigd.